Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

GEZELLIGE AVOND

Dit weekend is de Historische Grand Prix op het circuit. Gisteravond was de traditionele parade door het dorp. Vraag me niet waarom, maar de draak vindt dat geweldig en wilde graag kijken. Ik zat voor pampus op de bank, maar gaf mezelf een schop onder m’n kont en besloot dat we wel even zouden gaan kijken. De terrorist had geen zin, maar ook geen keus. En dus liepen we rond zevenen richting dorp. Om vervolgens pas tegen tienen thuis te komen. We zagen mooie auto’s, kwamen oude bekenden en vrienden tegen, hadden lol om de terrorist die midden in het dorp (waar een band stond te spelen) een soort verleidingsdans deed waarbij zuslief het slachtoffer was, dronken wat en aten een Swirl. En ondertussen maakte de terrorist een hele rits foto’s van een groene auto met nummer 42 erop… En ondanks dat mijn lijf zo moe was en mijn hoofd zo vol, was het toch fijn om er even uit te zijn. Ja, het was een gezellige avond.

Advertenties

EEN SLECHTE AFLEVERING VAN HOUSE

Ken je House? Die serie met die nogal gekkelijke dokter, waarin elke aflevering een patiënt centraal staat met een nog gekkelijker ziektebeeld? Nou, in zo’n aflevering zitten wij sinds zaterdag. Maar dan wel een hele slechte aflevering.

Nadat de liefste bijzonder slecht reageerde op de anti-biotica en ik zaterdagochtend wakker werd doordat hij voor de vierde keer spugend over het bed hing, was ik er helemaal klaar mee. Zijn temperatuur was inmiddels al een week lang niet onder de 39 graden geweest en hij was dusdanig verzwakt dat hij nauwelijks nog op zijn krukken richting wc kon. Hij praatte moeizaam, gooide elk slokje water er weer uit en de lamlendigheid straalde van hem af. Ik belde de huisartsenpost en nog geen uur later zaten we in de spoedpost van het ziekenhuis. Hij werd onderzocht door een huisarts die zijn toestand zorgelijk vond en die besloot dat een internist op de Eerste Hulp nader onderzoek moest verrichten. “Hoewel zijn longen goed klinken, denk ik toch aan een longontsteking,” hoor ik de beste man zeggen. Nou ja, hij heeft ervoor geleerd en zal het wel weten. Ik kan heel veel dingen heel leuk, maar medische diagnoses stellen hoort daar niet bij. Omdat de liefste zo verzwakt is dat hij amper kan praten, hoeft hij niet in de wachtkamer te wachten maar in een lege behandelkamer. Even later komt er een zuster met een rolstoel en de liefste gaat richting Eerste Hulp. Omdat ik zo bezorgd ben om de liefste en eigenlijk alleen maar bezig ben met zijn welzijn, heb ik geen tijd om na te denken over andere dingen. Totdat ik de Eerste Hulp op loop. Ineens ben ik twee jaar terug in de tijd en flitsen alle keren dat ik daar met papa B. zat voorbij. Ik verman mezelf en focus me op de witte jassen die bezig zijn met de liefste. Wederom moet hij het verhaal doen en wederom vraagt hij of ik het wil doen, omdat hij zo zwak is dat hij nauwelijks kan praten. Tijdens het gesprek wordt er bloed geprikt, een infuus met vocht aangebracht en de koorts opgenomen. “Geen koorts, wel verhoging,” zegt de verpleegkundige. “Dat kan niet,” hoor ik mezelf zeggen. “Een kwartier geleden had hij nog 38.9.” De arts pakt de thermometer en meet in het andere oor en ja hoor, koorts. Het bloed gaat naar het lab, de stomp van de liefste wordt nog even goed bekeken i.v.m. de uitslag en er komt nog een dokter bij. Na nog wat onderzoekjes moeten we wachten tot de eerste bloeduitslagen er zijn. En dat duurt zeker nog wel een uur. Mijn hoofd bonkt inmiddels als een idioot en ik voel me lichtelijk naar. Ik moet dringend wat eten en drinken, dus ik besluit om even naar het winkeltje bij de hoofdingang te lopen. Dan kan ik tegelijkertijd ook wat mensen bellen, want iets zegt mij dat we nog wel even in dat ziekenhuis zijn. Ik bel schoonmams, regel oppas voor draken en, terwijl ik Zus aan de telefoon heb, concludeer ik vloekend dat het winkeltje nog dicht is. En zonder contant geld op zak betekent dat dus geen eten en drinken. Zus zegt dat ze zo wel even op haar fiets springt om een lunchpakketje te brengen, dus dat gaat goedkomen. Eenmaal terug op de Eerste Hulp volgen de eerste uitslagen. De liefste is behoorlijk uitgedroogd, heeft nog steeds hoge ontstekingswaarden in zijn bloed en er zitten eiwitten in zijn urine. Dat laatste kan duiden op een Groep A Streptokokken keelontsteking. Maar eigenlijk past de rest van het ziektebeeld daar niet helemaal bij. Maar dat kan ook een slechte reactie op de de anti-biotica zijn. Dus er wordt in het systeem gezet dat de liefste hier slecht op reageert en dat hij een andere AB moet krijgen. Besloten wordt om hem ‘ter ondersteuning’ op te nemen. Het vocht dat hij via het infuus krijgt, doet hem zichtbaar goed. Hij ziet er wat beter uit en is weer wat alerter. Nadat hij is ingeschreven op de afdeling Korte Opnames, rij ik naar huis om wat boodschappen te doen en spullen te halen. Als ik terugkom schrik ik van de toestand van de liefste. Hij is ineens weer veel slechter, ligt als een malle te zweten en is er niet helemaal bij. Ik bel mijn moeder en vraag of de draken bij haar kunnen logeren. Ik heb geen idee hoe het verder gaat, maar weet wel dat ik niet wegga zolang ik niet weet waarom de liefste ineens weer zo is. Er is wisseling van de wacht, dus een verpleegkundige komt zich voorstellen. Hij ziet ook direct dat het niet goed gaat en ik bestook hem met allerlei vragen en kritische opmerkingen. Zoals dat ik niet snap waarom de liefste dezelfde AB krijgt als waarop hij zo slecht reageerde. Met het antwoord “Ja, maar nu gaat het via het infuus, dan komt het direct in het bloed.” neem ik geen genoegen. Ineens staat er een andere verpleegkundige met een ECG-apparaat naast het bed. “Ik kom even een ECG maken,” zegt zij en wil direct wat plakkers op de liefste plakken. “Zijn kalium is wat verlaagd, dus dan maken we voor de zekerheid een ECG.” Eh.. Hoe laag precies? Maar dat is al een vraag te ver. Na een paar keer vragen komt er dan toch een waarde: 2,6. Nou wil ik niet heel vervelend zijn, maar van kaliumwaardes heb ik wel een beetje verstand. 2,6 is niet ‘wat verlaagd’ dat is gewoon veel te laag. Dat is een waarde waarbij je hart gekke sprongetjes gaat maken. Geen wonder dat zijn hartslag 130 was.  Even later komt de avondarts. Ze begrijpen het niet goed. Alle waardes die gemeten zijn, komen niet overeen met hoe de liefste eraan toe is. Zij besluit dan ook om ‘er met een frisse blik in te gaan’ en weer van vooraf aan te beginnen. Dus opnieuw bloedprikken, vocht met kalium aan het infuus en een andere AB. Als het bezoekuur afgelopen is, komt de verpleegkundige zeggen dat we weg moeten. Met een hoofd vol informatie en vragen ga ik naar huis, waar ik nog uren nodig heb om de gebeurtenissen van de dag op een rijtje te krijgen. Ik kan maar niet snappen hoe de liefste van een simpele keelontsteking naar een ziekenhuisopname is gegaan. En vooral de hevige buikpijnen kan ik niet verklaren. Ineens realiseer ik me dat hij in de weken voor onze vakantie af en toe buikpijn had en ik blijf maar denken dat dat ermee te maken heeft. Maar hoe? Geen idee.

We zijn nu vier dagen verder. Na een echo op zondag, waarop ze vocht rond darmen en nieren zien, volgt een CT-scan. De liefste gaat naar een andere afdeling, wat betekent dat hij nog wel even moet blijven. En dan eindelijk volgt zondag aan het einde van de middag de diagnose: zijn dikke darm is van begin tot eind ontstoken. Dus ontlasting op kweek om te kijken om welke bacterie het gaat en wachten op de uitslag. Maandagmiddag moet de liefste in contactisolatie. Dus we mogen hem niet aanraken en moeten ons ontsmetten met alcohol als we op bezoek zijn geweest. (Ik weet niet hoor, ik heb twee weken naast hem gelegen terwijl hij hartstikke ziek was. Dus het leed is vast al geleden.) Het is een voorzorgsmaatregel, tot ze weten om welke bacterie het gaat en ze weten of het wel of niet besmettelijk is. Na dit nieuws begin ik me wel een beetje zorgen te maken. De draken klagen al het hele weekend over buikpijn en van ons alledrie is de ontlasting een beetje gekkelijk. Ze zijn maandag niet naar school geweest, omdat ze zich niet zo lekker voelden en ik dacht eigenlijk dat het een reactie op alle toestanden was. Ik besluit om niet te panieken en rustig de uitslag af te wachten. Dinsdagochtend weet ik niet zo goed wat ik moet doen. Ik hou de draken voor de zekerheid nog maar een dagje thuis en bel de huisarts om te vragen wat wijsheid is. De assistente weet het ook niet zo goed en vraagt of ik later terug wil bellen, zodat ze het met de dokter kan bespreken. Een paar uur later word ik terug gebeld. Zolang er nog geen uitslag is van de kweek, kunnen ze niet zoveel. Als we een ‘goede handhygiène’ hanteren is de kans op besmetting nihil. Dus vandaag zijn de draken weer naar school gegaan, gewapend met desinfecterende handgel en instructies voor het handen wassen.

Hoe het nu gaat met de liefste? Gelukkig wel beter dan zaterdag, maar nog knap beroerd. Zijn kalium wil maar niet stijgen, dus daar krijgt hij wat voor. Er hangen inmiddels drie soorten AB aan het infuus en ook de buikpijn is nog hevig aanwezig. Net als de diarree en een buik als was hij zeven maanden zwanger. Na ieder rondje wc ligt hij hondsberoerd met hevige krampen en zweetaanvallen in bed. De uitslagen van de kweek zijn er nog steeds niet. Morgen gaat hij naar de Maag Darm Lever afdeling, wellicht dat ze er daar wat meer mee kunnen.

Hoe het met mij gaat? Geen idee. Ik sta nog recht overeind, maar mijn energiepeil is tot een dieptepunt gezakt. Niet dat ik daar voor deze hele toestand al zoveel van had, maar dat verhaal wordt volgende week vervolgd. Voor nu zet ik de automatische piloot aan en dan komt het vast wel goed. Als eerst die uitslag nou maar eens komt. Als die nog komt. Want de kans bestaat dat de eerste AB de bacterie gedood heeft en ze dus niks vinden. Maar ja, vraag ik me dan af, waarom blijft hij dan nog zo ziek? Nou goed, die uitslag dus. En afwachten.

House, ik vond het zo’n leuke serie…

WAT VOOR WEEK?

MAANDAG
Terwijl ik in de wachtkamer van het ziekenhuis zit, krijg ik een teleurgesteld appje van de draak dat ze niet bij haar vriendinnen in de klas zit. Als enige van het groepje van vier zit ze in een andere klas. Aangezien ze later die dag haar boeken op moet halen, app ik haar terug dat ze gelijk bij haar mentor een verzoek moet indienen om alsnog in de andere klas geplaatst te worden. Na een bezoek aan de internist, wat onderzoekjes en een longfoto tref ik thuis de liefste badend in het zweet aan. Hij is nu een week ziek en lijkt alleen maar zieker te worden. De koorts wil ook maar niet zakken en is nog steeds 39.5, ondanks ladingen Paracetamol en Ibuprofen. Nadat ik Pleegzuster Bloedwijn heb gespeeld, stuur ik een mailtje aan de mentor van de draak en hoop dat mijn uitleg voldoende is voor overplaatsing.

DINSDAG
De draak begint haar eerste schooldag in tranen. Ze is zo verdrietig, dat mijn moederhart overuren draait. Na knuffels en opbeurende woorden van mijn kant vertrekt ze naar school. Na vijf (!) telefoontjes is de doktersassistente eindelijk genegen de liefste een afspraak te geven met de dokter. Bij mij komt inmiddels het stoom uit mijn oren, maar ik kalmeer en rij de liefste naar zijn huisarts. Na een onderzoek schrijft de dokter een recept uit voor wat smeerseltjes die bepaalde ongemakken moeten verhelpen en heeft de liefste een verwijsbrief om bloed te laten prikken. Dus op naar de apotheek en het ziekenhuis. De liefste nog steeds met flinke koorts.

WOENSDAG
Bij mij loopt inmiddels het snot in stralen uit mijn neus en mijn hoofd bonkt als een malle, dus ik drogeer mezelf en hoop er het beste van. De liefste heeft nog steeds hoge koorts en gaat er steeds beroerder uitzien. Nadat ik de terrorist naar school heb gebracht, mag ik op voor een rondje bloed prikken en een uitgebreide buikecho. Als de draak uit school komt, klaagt ze over hoofd- en buikpijn en ik vrees nog een zieke in Villa Kakelbont.

DONDERDAG
Vandaag is mijn eerste werkdag na de vakantie. Normaal zou ik daar zo geen zin in hebben, maar na een paar dagen zusteren en rondrennen met pillen, thermometers, theetjes en bouillonnetjes vind ik het eigenlijk helemaal niet zo erg om weer aan het werk te gaan. Dus nadat ik de liefste heb voorzien van een voorraad water, pillen en thee vertrek ik naar mijn werk. Daar word ik gebeld door een vreemd nummer. “Dag, je spreekt met meester F. We hebben vandaag luizencontrole gehad op school en we hebben een paar luizen en neten gevonden bij I.” Natuurlijk… De liefste heeft inmiddels gebeld met de huisarts voor de uitslag van het bloedonderzoek. De assistente mag de uitslag niet geven, dus de dokter zal terugbellen. Als dat niet gebeurt, belt de liefste nog maar een keer. “Nee meneer, ú had terug moeten bellen. De dokter is nu visites rijden. Belt u morgen maar terug.” Ik begin me inmiddels een beetje zorgen te maken. De liefste blijft baden in het zweet, de koorts wil maar niet zakken en er is nul verbetering ten opzichte van een paar dagen geleden.

VRIJDAG
Ik begin de dag weer met wat Paracetamollen, voorzie de liefste van een ‘hopelijk helpt het’ voorraad, meet zijn temperatuur (nog steeds flinke koorts), druk hem op het hart echt voldoende te drinken en ga naar mijn werk. Tussendoor heb ik een WhatsApp conversatie met de draak, want ook zij is ziek. ’s Middags krijg ik bericht van de liefste: hij heeft ‘ergens’ een flinke infectie en moet direct starten met een zware anti-biotica. Dus het recept wordt naar mijn apotheek gestuurd, Lonzus haalt de pillen op en zorgt dat ze bij de liefste komen. Die zo beroerd is dat ‘ie de tocht naar beneden niet kan maken op zijn krukken. En dus wordt er een vriendin-met-sleutel ingeschakeld die de pillen naar boven brengt. Ondertussen meld ik me bij de brillenmeneer voor de oogmeting waarvoor ik een afspraak via internet heb gemaakt. “Nee mevrouw, u staat niet op de lijst.” Toch een beetje gek, aangezien ik een bevestiging heb ontvangen. Na een hoop gezucht en domme vragen van de brillenmeneer (“Weet u zeker dat u bij dit filiaal een afspraak hebt?” Nee, eigenlijk in Maastricht, maar het leek me leuk om u een beetje te stangen op vrijdagmiddag zo vlak voor het weekend…), worden dan toch mijn ogen gemeten. Twintig minuten later weet ik dat mijn ogen achteruit zijn gegaan en heb ik een bril besteld. Als ik thuiskom, maak ik als eerste een bouillonnetje voor de liefste. Ik voorzie hem van een koud washandje en water en trek mijn joggingbroek aan. Ik ruk een zak M&M’s open en besluit dat dat mijn avondeten is. Ik ga in de tuin zitten en de enige actie die ik vandaag nog onderneem, is mijn moeie lijf naar boven slepen, de liefste voorzien van thee, water en een koud washandje en keihard snurken.

Nou, zo’n week dus…